Direct reserveren met SeatMe
Relais & Châteaux  - Luxury hotels and gourmet restaurants

Historie

Vreugd&Rust

Aan het begin van de 19e eeuw bestonden er in het twintig eeuwen oude dorp Voorburg 40 buitenplaatsen, waarvan de meeste aan de Vliet gelegen. Rond 1900 lagen er nog 23 buitenplaatsen, die de eeuw van de afbraak hadden overleefd. Eén van deze lusthoven, Vreugd & Rust genaamd, was begin 1600 nog een boerderij, maar in 1686 kwam daarin verandering toen Pieter van Groeneveldt (oud-burgemeester van ’s –Gravenhage) deze bezitting kocht. Hij liet het oude huis afbreken, en liet een nieuw huis bouwen met prachtig aangelegde tuinen. In 1710 verkocht zijn weduwe dit buitenhuis, dat nog geen naam had, aan Barthelomeus Bosch. Hij gaf de naam Vreugd & Rust aan zijn hofstede, hetgeen blijkt uit de akte van verkoop van 27 juni 1735. De nieuwe eigenaar werd mr. Adolph Cau, lid van een Zeeuws geslacht en secretaris ‘van den Hove van Holland’. Ook Adolph Cau breidde zijn buitenplaats uit, want toen hij Vreugd & Rust na drie jaar weer verkocht werd in de verkoopakte voor de eerste keer melding gemaakt van een orangerie. In de loop van die 3 jaar kocht hij het buitenhuis Lienburch, dat aan de overkant gelegen was, liet het afbreken en bouwde de thans nog bestaande orangerie, die nu Brasserie “de Koepel” huisvest. Adolph Cau overleed in 1739 op 42 jarige leeftijd en ongehuwd.

De nieuwe eigenaar werd Jan van Schuylenburch, hij liet het oude huis afbreken en een geheel nieuw huis bouwen. Ruim 2 jaar na het overlijden van hun moeder, Hélène Françoise van Schuylenburch-Thierry, verkochten de kinderen de buitenplaats Vreugd & Rust aan mr. Arnoldus Adrianus van Tets, raadsheer en regerend schepen der stad Dordrecht, tevens onderkoopman van de Oost-Indische Compagnie. Evenals zijn voorgangers breidde Tets zijn buitenplaats uit, door op 2 maart 1780 het ten oosten gelegen buitentje Waalhof te kopen. Dit bezit liep tot over de Achterweg naar de Broeksloot, terwijl over deze sloot nog 3 percelen weiland lagen ter grootte van 3 morgen.

In 1784, het jaar waarin hij hoofdofficier van de stad Dordrecht werd, verkocht Van Tets de buitenplaats Vreugd & Rust aan mr. Adriaan Caan, heer van Urcem. In 1786 overleed hij op 56-jarige leeftijd. Zijn weduwe Hester van Staphorst nam in 1793 de uitbreiding ter hand en kocht het buitentje Zijdervliet dat ten westen lag van Vreugd & Rust. Aan de overkant van huize Vreugd & Rust lag een stuk bos, dat zij voor een groot deel liet kappen en waarop moestuinen en een boomgaard werden aangelegd. Het geheel werd ommuurd. Deze muren zijn nog aanwezig, maar de moestuinen hebben plaats moeten maken voor de tennisbanen die daar in 1928 zijn aangelegd. Op 13 maart 1797 kwam dr. Petrus Jacobus Groen van Prinsterer op Vreugd & Rust om de 25-jarige schatrijke erfdochter te huwen. Hij was een bekwaam en ijverig arts, lid van de Haagse gemeenteraad, lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en later lijfarts van koning Willem I.

Op 21 augustus 1801 werd in één van de bovenkamers van huize Vreugd & Rust de later staatsman mr. Guillaume Groen van Prinsterer geboren. Hij was van 1829 tot 1836 secretaris van het kabinet van Willem I, daarna verschillende malen lid van de Tweede Kamer. Het is vrijwel zeker, dat zijn vader, dr. Groen, als nieuwe eigenaar, samen met zijn vrouw, de twee zijvleugels aan het oorspronkelijke huis heeft laten bouwen. Dr. Groen is lijfarts geweest van koning Lodewijk Napoleon en in 1813 van koning Willem I. Ten tijde van koning Lodewijk Napoleon ontmoette hij op ’t Huys ten Bosch de tuinarchitect  Jan David Zocher Sr. afkomstig uit Saxen, die van de koning in 1807 opdracht verkreeg een vergrotingsplan voor de tuin te maken. Dit plan bevatte asymmetrische en onregelmatige boompartijen en gras- en bloemperken met grillig gevormde vijvers. Jan David Zocher Jr. geboren in 1791 te Haarlem, kreeg zijn opleiding tot tuinarchitect bij zijn vader. Hij werkte veel  met hem samen. Gezien de resultaten van deze tuinaanleg en de verbinding van de tuin achter ’t Huys ten Bosch met een terrein ten oosten daarvan gelegen, een Engelse landschapstuin en de voltooiing van de tuin bij paleis Soestdijk na het overlijden van zijn vader in 1817, is het niet te verwonderen dat dr. Petrus Groen aan Jan David Zocher Jr. de opdracht gaf voor Vreugd & Rust een plan te maken. Wanneer de uitvoering heeft plaatsgevonden is niet precies aan te geven, doch gezien de leeftijd van de bomen, toch wel omstreeks 1830. Volgens de overlevering dronk de familie Groen graag een kopje thee in de koepel aan de Vliet waar men toen nog een schitterend en rustgevend uitzicht had over de uitgestrekte landerijen van Stompwijk en de zacht kabbelende Vliet met de kerktoren van Nootdorp in de verte. De thee-koepel is er al lang niet meer, waarschijnlijk ten offer gevallen aan de verbreding van de Vliet in1892.

In 1805 kocht dr. Groen het prachtige huis aan de Korte Vijverberg, nu nummer 3, dat in gebruik is door het kabinet van de koningin. In dat pand bracht de familie de winter door, terwijl Vreugd en Rust als zomerverblijf dienst deed. Toen dr. Groen in 1837 overleed werd bij de verdeling van de erfenis de buitenplaats Vreugd & Rust toebedeeld aan de oudste dochter Cornelia Adriana Groen van Prinsterer. Toen zij overleed erfde hun enige dochter Jacqueline Adriana Henriëttede uitgestrekte buitenplaats. Zij was getrouwd met Otto baron van Wassenaer van Catwijck, die in 1856 tot burgemeester van Voorburg werd benoemd. Het echtpaar woonde al enkele jaren op Vreugd & Rust en ieder had een eigen equipage: een rijtuig met palfrenier, koetsier en 6 paarden. Dit was ongekend voor Voorburg. Dit Noopte prinses Marianne, die buurdame was en op de aangrenzende buitenplaats Rusthof woonde als hoogste in den dorpe met een koets bespannen met 8 paarden uit rijden te gaan. Zij kon moeilijk vragen of het echtpaar Van Wassenaer-Hoffmann voortaan 2 paarden  op stal wilde laten staan.

Jacqueline van Wassenaer-Hoffmann was vanaf de oprichting directrice van de Sophia Bewaarschool, zoals de kleuterschool werd genoemd en die de eerste was in Nederland. Otto baron van Wassenaer stond in 1884 de timmermanswoning met de daarachter gelegen Rozenboomlaan af. In 1885 deed het huis dienst als woongelegenheid voor het toenmalige schoolhoofd. Baron van Wassenaer overleed in 1887. Zijn weduwe erfde het landgoed met de toen nog 6 aanwezige boerderijen. Jacqueline van Wassenaer-Hoffmmann overleed 2 jaar na haar man, in 1889.

Doordat dit huwelijk kinderloos bleef kwam de buitenplaats Vreugd & Rust weer in het bezit van een lid van de familie Groen van Prinsterer, namelijk de jongste zuster van de staatsman, Maria Clazina. Haar dochter Elisabeth Henriëtte Maria was regentes van de Sophia Bewaarschool van 1889 tot 1918. Zij was gehuwd met jhr. mr. B.C. de Jonge, president van het Haags Gerechtshof en erfde Vreugd & Rust. Deze buitenplaats, zonder de 4 boerderijen die nog over waren, verkocht zij op 23 augustus 1916 aan de gemeente Den Haag. De familie De Jonge verkocht op 23 januari 1928 de vier boerderijen met land.

In 1920 werd het huis verhuurd en ingericht als Hotel-Restaurant , terwijl de orangerie met het gazon ervoor als theetuin werd gebruikt. Doordat de belangstelling terugliep werd het restaurant met alles wat daarbij hoorde in 1927 opgeheven. In datzelfde jaar nam de Montessorischool er haar intrek en bleef daar gevestigd tot 1973, toen de school verhuisde naar een nieuw onderkomen. Tot 1984 was er een opleidingsinstituut voor verpleegkundigen in gehuisvest.

Daarna raakte het historisch huis in verval, totdat Henk Savelberg zijn oog erop liet vallen in 1995 en door een algehele restauratie Vreugd & Rust weer als een flonkerende juweel tevoorschijn toverde.

Aankomst Vertrek
NL | EN developed by Thahype.com